In de rubriek 'New Kid in the Cockpit' interviewt F1Maximaal jonge Nederlandse coureurs wiens droom het is om in de voetsporen te treden van Max Verstappen. Wie is de nieuwe generatie die een racecarrière najaagt? Deze maand spreken we met Robert de Haan, kersvers winnaar van het officieuze wereldkampioenschap Rotax Max-kart, die veel opoffert voor de sport en regelmatig in Italië te vinden is.
Wie denkt dat zondag een rustdag is, komt bedrogen uit bij de familie De Haan. Er is haast geboden bij het interview, ook al hoeft Robert niet te rijden. Er staat een uitstapje naar de kartbaan gepland en aan het eind van de ochtend moet de familie al weg. Naar Berghem, waar een vriend van de twaalfjarige Robert moet racen.
Het had niet veel gescheeld of Robert had daar nu ook op de grid gestaan. ‘In Kerpen (waar de vorige race plaatsvond, red.) had ik gewonnen en dat was eigenlijk mijn laatste race’, vertelt hij aan de keukentafel. ‘En nu rijd ik daar niet meer, dus ik ben wel benieuwd wie daar nu kampioen gaat worden.’
Op je twaalfde racen in het buitenland
Het kan snel gaan in de kartsport. Afgelopen december won Robert de Grand Finals van de Rotax Max in Brazilië, een mondiale eindronde. Die titel leverde hem een zitje bij het Italiaanse fabrieksteam Energy Corse op. Dat betekent dat Robert ineens heel veel naar het buitenland moet om races te rijden, terwijl hij zonder de eindoverwinning in de Grand Finals waarschijnlijk nog in Nederland zijn rondjes had gedraaid.
Dat Robert deze winter naar de Grand Finals mocht, was niet voor het eerst. Al twee keer eerder vocht de inwoner van het Gelderse Eerbeek in de finale. Daarnaast won hij al meerdere prijzen, waaronder het Nederlands Kampioenschap in 2015 dat hij in zijn debuutjaar op zijn naam schreef.
Kerst op de kartbaan
Een half jaar voor de NK-titel stapte hij voor het eerst in een kart. ‘Mijn vader rijdt in raceauto’s’, zegt Robert. ‘Ik vond dat ook wel leuk, maar ik was eigenlijk nog te jong voor een raceauto. Dus we gingen af en toe weleens karten op Eefde en in Duiven.’ Hij kan zich zijn eerste keer in een kart nog goed herinneren. ‘Het begon op Zandvoort, waar papa aan het racen was. Er stond een man met wat bakken rondom een baantje. Ik zag die karts en vroeg aan mijn vader of dat hetzelfde was. Toen zei hij dat dat een kart was waar je in kon beginnen.’
‘Toen ging ik daar diezelfde dag in rijden’, vervolgt hij. ‘Dat vond ik leuk en ik heb eigenlijk niet meer naar papa gekeken die aan het rijden was. Ik heb alleen naar zijn portemonnee gegraaid om te zoeken naar centjes waarmee ik weer kon karten.’ Die dag vol raceplezier smaakte naar meer. ‘Toen gingen we steeds vaker in Eefde karten voor de lol.’ Robert nam vervolgens lessen bij Kartcentrum Lelystad en twee maanden later schafte vader Cees een kart aan voor zijn zoon. Vlak voor kerst, waardoor de hele familie op de kartbaan was tijdens de feestdagen.
Toen Robert in februari 2015 zijn licentie behaalde, ging het snel. In april werd hij als rookie al Nederlands Kampioen in de 4-takt-opstapklasse en in 2016 ging de jonge coureur over naar de 2-takt, met zwaardere motoren. Daar reed hij voor het Nederlandse kartteam CRG Holland van Dennis de Bruin en trad hij in de voetsporen van onder meer Giedo van der Garde en Nico Hülkenberg.
Oud-begeleider De Bruin: Aan het eind van dit seizoen kan je er iets over zeggen
Robert reed drie jaar voor het kartteam CRG Holland bij De Bruin. De rijstijl van de jonge karter omschrijft hij als ‘aanvallend’. ‘Ik vind dat hij goed kan inhalen, maar ook dat hij af en toe niet het geduld heeft om even een bochtje te wachten om de aanval goed uit te voeren’, zegt hij. ‘Hij is soms nog iets te gretig. Maar dat maakt ook dat hij niet bang is.’
‘Robert heeft het goed gedaan’, vervolgt De Bruin zijn verhaal over zijn voormalig pupil. ‘Hij kon een mooi potje sturen, maar ik vond dat dat pas op het laatst was. Er ging wel iets aan vooraf. Heel veel trainingen en dat maakt je op een gegeven moment goed. Dit jaar gaat hij pas op het niveau rijden waar Max Verstappen heeft gereden.’ Dit seizoen zal dan ook meer duidelijkheid scheppen over de toekomst van Robert, denkt De Bruin. ‘Aan het eind van dit jaar kan je er wat meer over zeggen.’
Veel training, maar ook appeltaart
Na het winnen van de Grand Finals drie maanden geleden gaat het Robert voor de wind. Wekelijks zit hij in het buitenland en rijdt hij tussen veel internationaal talent. Dat vraagt veel van een jonge coureur en daarom werkt de brugklasser met een personal trainer, Debby Hanssen. ‘Zij komt dan naar mij of ik naar haar', vertelt Robert. 'Ik train vooral mijn nek, armen, conditie, focus en reactievermogen. En als het kan, doe ik twee keer per week aan waterpolo.’ Toch hoeft hij niet altijd op te letten. Het dieet dat Robert volgt is niet bijzonder streng. ‘Eten is geen probleem. Die appeltaart kon eigenlijk best.’
Debby is de constante factor in de carrière van Robert. Ze verhuisde met hem mee van CRG Holland naar Energy Corse en is meer dan een personal trainer. ‘We hebben een hele goede band met zijn tweeën. Debby kan mij helpen, ook met Engels praten.’ Dat is een vereiste om met het Italiaanse team, dat uit ongeveer zeven mensen bestaat, samen te kunnen werken. Mattia is zijn favoriete monteur. ‘Die is grappig en daar heb ik wel een goede klik mee. Hij zou me omschrijven als een grappige jongen denk ik, die nadenkt als hij rijdt. Over het algemeen denk ik ook veel na’, schat hij in.
Dat is zijn handelsmerk. Robert wordt geroemd om zijn stijl van racen. ‘Ik rijd slim’, zegt de coureur, die denkt dat zijn tactische manier van rijden hem beter maakt dan de rest. ‘Je moet heel goed kunnen multitasken en niet als een blinde iedereen inhalen. De mensen die dat doen heb je ook op de baan. Je moet het stapje voor stapje doen. Er zijn mensen die inhalen, dan heel veel tijd verliezen en dan gaan verdedigen waardoor de jongens vooraan wegrijden.’ Daarnaast geeft hij altijd alles en lopen de emoties soms hoog op. Maar vooral na de race. ‘Ik word na de wedstrijd altijd boos, niet in de wedstrijd’, zegt Robert. ‘Dan ben ik nog altijd mijn best aan het doen om nog zo ver mogelijk naar voren te komen', aldus de karter, die daarmee zijn fanatisme onderstreept.
Als je naar hem luistert, valt het op dat de pas twaalfjarige coureur al heel volwassen overkomt. Niet zo gek, gezien de omgeving waarin hij zit. Dat Robert zijn leven er anders uitziet dan dat van de meeste anderen van zijn leeftijd, vindt hij vooral leuk. ‘Ik ben veel onderweg en school haal ik allemaal in. Op maandag en dinsdag ben ik daar volledig mee bezig.’ De rest van de week is hij onderweg of zit hij op het circuit. ‘Volgend weekend hebben we weer allemaal wedstrijden. Als ik die niet heb, ga ik trainen op de baan', vertelt hij voor het weekend waarin hij naar Lonato in Italië moet om te rijden.
Vader Cees over de hobby van zijn zoon: ‘It’s a way of living’
Heel Europa door om te karten is niet alleen intensief voor een jonge coureur, maar ook voor zijn ouders. ‘Het vraagt veel tijd en veel commitment’, zegt vader Cees de Haan, die aangeeft dat hij dit jaar wat minder met zijn zoon meegaat naar de races. ‘Je leeft rondom het karten. Je zet er alles voor opzij. Je vakanties, je vrije tijd. Karten staat op één en daarna komt de rest. It’s a way of living.’
Cees, die zelf ook heeft geracet in onder meer Duitse toerwagenkampioenschappen, heeft een soort dubbelrol in huis. ‘We (vader en moeder) begeleiden Robert wel om te zorgen dat hij rust houdt, op tijd naar bed gaat, voeding, drinken, schema’s, rustmomentjes: dat zijn de belangrijkste zaken waar wij in het weekend mee bezig zijn.’ Zijn eigen ervaring komt daarbij goed van pas. ‘Doordat ik zelf geracet heb, weten we met z’n allen wat het inhoudt om hele weekenden weg en op de baan te zijn. Je bent ook gewend om daar wat spaargeld voor aan de kant te zetten.’
'Je kan ook in een hogere klasse wereldkampioen worden'
Want dat is wel nodig om zijn droom in vervulling te laten gaan. Moeder Herma licht een tipje van de sluier op wat de doelstellingen betreft. ‘Zijn doel en droom is om sowieso in de autosport te belanden en dan zien we wel wat voor hem haalbaar is’, zegt zij. ‘In ieder geval zal hij alles uit zichzelf halen wat mogelijk is. Voor nu focust hij zich op deze klasse en hoopt hij hierin ook succesvol te kunnen worden.’
En ook al heeft Robert de Rotax Max al gewonnen, er vallen nog genoeg prijzen te veroveren in de karts. ‘Je kan ook in een hogere klasse wereldkampioen worden’, vertelt de twaalfjarige. ‘Je wil gewoon laten zien dat je een goede rijder bent zodat anderen je hopelijk oppakken.’ Wanneer zijn moeder oppert dat zij hem wel een keer in de Formule-auto’s ziet rijden, slaat Robert aan. ‘Dat wil ik wel een keer, dat moet gewoon. Het maakt me niet uit, ook al is het de Formule 3. Ik moet er een keer in gereden hebben’, zegt hij glunderend.
De tijd is inmiddels verstreken en de jonge coureur staat te trappelen om te vertrekken. Dit keer naar een kartbaan binnen Nederland. Op naar Berghem om vrienden Lucas en Christiaan aan te moedigen. (Foto's: F1 Maximaal)
Wouter Leendertsen
wouter@f1maximaal.nl