Stefano Domenicali is pas kort CEO in de Formule 1 en
heeft de afgelopen weken al duidelijk zijn visie voor de toekomst neergelegd. Het veld moet qua prestaties nader tot elkaar worden gebracht om de spanning in de sport terug te brengen en
de coureurs moeten centraler staan in de sport. Een heilzaam doel, maar
het is wel gevaarlijk. Het is een misvatting om te denken dat de Formule 1 dit écht nodig heeft. Het
probleem zit namelijk ergens anders, er is te weinig transparantie.
Begrijp mij niet verkeerd, ik snap het punt van Domenicali wel.
Het is natuurlijk leuker voor coureurs als zij het verschil kunnen maken in de
race. Het is daarnaast ook erg vervelend voor de fans als
Mercedes weer voorop ligt
in het kampioenschap en al acht jaar achter elkaar de titel pakt. Ik snap
compleet dat het vanuit het oogpunt van de kijker en vanuit de topsporter voelt
alsof je er maar weinig aan kan doen. Maar de coureurs en de fans vergeten dat
de Formule 1 gaat om iets anders. De sport gaat om innovatie, om ontwikkeling en om
de beste job uitvoeren als ingenieur.
Chase Carey had er in zijn tijd een handje van om de sport langzaam maar zeker tot een Europese versie van
Indycar om te vormen, nu lijkt
Domenicali echter de trend te willen doorzetten. Natuurlijk moet de coureur uiteindelijk de race
rijden en op het circuit laten zien wat hij waard is, maar hij rijdt echter met
materiaal dat gebouwd is door een groep topsporters die hun ziel en zaligheid
erin leggen. Er is te weinig aandacht voor de voorbereiding in het seizoen en
te weinig aandacht voor het bizarre technische aanpassingsvermogen van de teams
en ingenieurs.
Kijk bijvoorbeeld naar de nieuwe MCL35M van
McLaren, naar
de nieuwe
AlphaTauri AT02 of zelfs de nieuwe
Alfa Romeo C41, met een compleet nieuwe neus.
Het is bizar om te bedenken dat zij, in een seizoen waar het reglement vrijwel
hetzelfde is, compleet afwijken van de aerodynamische filosofie die zij
hadden. De airbox van McLaren moest bijvoorbeeld op de schop voor de
Mercedes-krachtbron,
terwijl het team tegelijkertijd te maken kreeg met nieuwe reglementen omtrent
de vloer en de diffuser. Op het oog kleine aanpassingen, met een enorm effect
op de luchtstroom van de bolide.
Dan
durft James Key op zijn beurt ook nog eens te beweren dat hij het gros van verloren downforce dit seizoen zomaar terug kan winnen. Dat is een wereldprestatie
op zich.
De Formule 1 is een prachtige mechanische sport, daar
moeten we ons aan vastklampen
Dit soort trucs maken de Formule 1 de prachtige mechanische
sport die het is. Ieder jaar weer worden er binnen een tijdspanne van luttele
maanden compleet betrouwbare racemonsters gebouwd. Naar mijn mening is het
daarom tijd om niet alleen aandacht en respect te hebben voor de coureurs bij
de teams, maar om ook eens goed te kijken naar technische ontwikkelingen en de
prestaties van engineers. De ingenieur mag namelijk ook een keer wat lof krijgen voor zijn werk.
Het enige jammere daaraan is dat het niet zichtbaar genoeg
is, de waardering voor het bedenken van innovatieve ideeën blijft vaak beperkt
tot een teambaas die zich lovend uitlaat over zijn team of een coureur die weer eens zijn team vanuit de auto bedankt voor het harde werken in de fabriek.
Dat harde werken wil ik zien. Ik wil weer meer kunnen proeven van de sfeer in
een team. Ik wil zien hoe zo’n auto tot stand komt, dat zien we eigenlijk nooit.
Er is te weinig transparantie binnen de Formule 1-teams waardoor juist het
belangrijkste onderdeel van de sport, de bolide, een ongrijpbaar gegeven blijft.
Maar ben ik het dan pertinent oneens met Domenicali?
Absoluut niet. Het is en blijft gaaf om een coureur het verschil te zien maken
op het circuit, strijdend tegen de beste coureurs in de autosport. Maar we
moeten niet vergeten dat de sport vanaf het begin een constructeurskampioenschap
is. Degene die de beste auto bouwt, met de beste oplossingen voor handen, wint
uiteindelijk het kampioenschap. Dat moeten we niet willen veranderen, daar moeten we ons aan vastklampen.
Door: Merijn Kramer