Het is vaste kost voor iedere Formule 1 race, een kort gesprek tussen verslaggever Jack Plooij en Max Verstappen over de verwachtingen voor de race. Meestal is de Nederlandse coureur kort van stof en is hij voornamelijk gefocust op de race die een paar minuten later aanvangt. Plooij wordt regelmatig aangekeken op zijn interviewtechnieken en krijgt de nodige kritiek te verduren. Naar eigen zeggen trekt de 56-jarige Amsterdammer zich daar echter niet veel van aan. 'Ik ben verslaggever', antwoord Plooij op de vraag van Nu.nl of hij zichzelf als journalist beschouwd. Plooij: "Ik sta in dienst van de sport. Ik hoef niet kritisch te zijn, terwijl ik dat soms heus wel ben. Wat ik belangrijk vind is dat de rijders zich comfortabel voelen'.
De kritiek op Plooij komt voornamelijk tot stand op social media, iets waar de verslaggever eigenlijk geen boodschap aan heeft. 'Die mensen zijn gewoon jaloers. Die willen ook in een vliegtuig zitten en met die rijders een borreltje drinken, slap ouwehoeren en op de baan rondhangen. Ik kijk pas in de spiegel als Max kritiek uit op mijn interviews', zo geeft de Ziggo verslaggever aan.
Plooij is naar eigen zeggen helemaal vrij in zijn manier van interviewen en heeft geen regels waaraan hij zich strikt dient te houden. 'We hebben geen opdracht bepaalde vragen niet te stellen. We zijn helemaal vrij om te vragen en te doen en laten wat we willen'. Behoefte om ooit op de stoel van collega en vriend
Olav Mol te gaan zitten is er niet. 'Ik zal nooit op zijn stoel gaan zitten, nooit. Dat kan ik ook helemaal niet. Ik wil waardering van de fans voor wat ik doe en als die anderhalf miljoen kijkers vinden dat er een echte journalist voor mij in de plaats moet komen, dan gaan we dat doen."