Na maanden van gespeculeer over wat ze nu wel of niet van plan zijn met de Formule 1 presenteerde Liberty Media vanochtend hun ideeën voor de toekomst van de koningsklasse van de autosport. Hoe ze alles precies vorm gaan geven weten ze zelf misschien ook nog niet, maar de contouren van hun plannen zijn voldoende om de verhoudingen binnen de sport op scherp te zetten.
Het meest concreet en het meest in het oog springend is de maatregel die voorschrijft dat er per seizoen door de teams nog 'maar' 150 miljoen dollar uitgegeven mag worden. Dit is voor sommige teambazen reden om een fles champagne open te trekken, maar anderen zullen met veel minder plezier kennis genomen van de invoering van het budgetplafond. Het betekent namelijk dat teams als Mercedes en Ferrari flink moeten gaan bezuinigen. Niet alleen op ontwikkeling, maar ook op personeel. Liberty Media maakt met deze maatregel tientallen, misschien wel honderden mensen werkloos.
Naast minder geld uitgeven schrijven de plannen van Liberty voor dat er door alle teams meer geld verdiend gaat worden. Kleinere teams hoeven het budget nog maar een klein beetje aan te vullen met sponsorgeld om het budgetlimiet aan te tikken. Hoewel dit aan de ene kant de drempel verlaagd voor nieuwe teams om de sprong naar de Formule 1 te maken, betekent de afvlakking van inkomsten-pyramide ook dat andere teams een flinke veer moeten laten. Ook hier worden de topteams, en dan met name Ferrari, hard geraakt. Natuurlijk is het discutabel dat een team een bonus van 100 miljoen dollar krijgt voor het simpelweg jaarlijks verlengen van hun deelname, maar het betekent aan de andere kant ook de deur voor een vertrek van Ferrari wagenwijd opengezet wordt. Hoewel Liberty benadrukt de geschiedenis van de sport te blijven waarderen is het maar de vraag hoe belangrijk Formule 1 voor Ferrari is als de grootste inkomsten wegvallen en ook voor de Scuderia een budgetlimiet van 150 miljoen gaat gelden.
Alleen al deze plannen van Liberty Media gaan de komende maanden de verhoudingen in de Formule 1 achter de schermen flink op scherp zetten en dan moet de motoren-discussie nog inhoudelijk gevoerd gaan worden. (fotocredit: Red Bull Content Pool)
- Hans van Brunschot