Met de aanstelling van Sergey Sirotkin heeft Williams gekozen voor een coureur die een significant budget mee brengt naar het team. Na de initiële afwijzende reacties, sijpelen nu van meerdere kanten berichten door dat Sirotkin helemaal niet zo'n slechte coureur is. Daarom rijst de vraag: Is het wel zo negatief om een coureur aan te stellen die geld meebrengt? F1Maximaal.nl duikt de archieven in op zoek naar een antwoord.
Pay drivers ofwel coureurs die geld betalen om te racen zijn van alle tijden. Om onze zoektocht een beetje in te kaderen begint onze speurtocht naar een antwoord op de vraag halverwege de jaren '90 als er nog echte authentieke achterhoede teams op de grid staan die jaar na jaar structureel geld te kort komen en om te overleven met liefde coureurs met de grootste portemonnee in hun wagens zetten. Zo kon het voorkomen dat de Zwitser Jean-Denis Delatraz in 1994 zijn F1-debuut maakte voor het team van Larrousse dat nog voor het eind van het seizoen door hun budget heen was. Deletraz had nog nooit een wagen met zoveel aerodynamica gereden en was fysiek ook helemaal niet in staat om een Formule 1-race te rijden. De Zwitser kwalificeerde zich als 25ste en werd direct na de start ingehaald door de nummer 26, de Italiaan Domenico Schiattarella. In de 57ste ronde eindigde de race van Delatraz met een kapotte versnellingsbak. Op dat moment was hij al tien (!!) keer op een ronde gezet.
Alsof de vernedering nog niet groot genoeg was probeerde Delatraz het een jaar later nogmaals. Dit keer bij het team van Pacific. Dat team had eveneens paydrivers nodig om het eind van het seizoen te halen. Delatraz werd bevestigd door de vijf laatste races van het seizoen, maar zou uiteindelijk alleen in de Grands Prix van Portugal, waar hij al in de zevende ronde op een ronde achterstand gezet werd door raceleider David Coulthard (een resultaat van 14(!!) seconde per ronde te langzaam zijn) en in de veertiende ronde opgaf met kramp in zijn linkerarm, en Europa aan de start kwam. Op de Nürburgring haalde Delatraz zowaar de finish, weliswaar op zeven ronden achterstand, maar toch. De volgende race mocht Delatraz niet meer starten omdat de FIA geen superlicentie meer wilde verstrekken aan de langzame Zwitser.
Datzelfde jaar maakte ook de Italiaanse edelman Giovanni Lavaggi zijn entree bij Pacific. De coureur die al snel als bijnaam "Johnny Carwash" kreeg, reed vier races voor de renstal en slaagde er niet om de finish te halen. Een jaar later dook Lavaggi op bij Minardi, dat geld nodig had en de talentvolle Italiaan Giancarlo Fisichella noodgedwongen uit de auto zette om ruimte te maken voor Lavaggi. 1996 was het jaar dat de FIA ingreep tegen langzame coureurs door te stellen dat alleen coureurs die een tijd op de klokken brengen die binnen 107% van de pole-tijd ligt, aan de race mogen deelnemen. Vanzelfsprekend had Lavaggi hier erg veel moeite mee en in de zes Grands Prix weekenden dat hij voor Minardi reed, haalde hij drie keer de startgrid niet eens.
Minardi had er in die jaren sowieso een handje van om pay drivers in hun wagens te laten rijden. Na Lavaggi kwamen onder andere de Braziliaan Tarso Marques, de Argentijnen Esteban Tuero en Gaston Mazzacane (die later met zijn sponsormiljoenen ook nog onderdak vond bij Prost Grand Prix) en de Spanjaard Marc Gené uit voor het Italiaanse team.
Met Gené zijn we aangekomen bij de volgende categorie pay drivers. Coureurs die best aardig blijken te kunnen sturen. Gené reed twee seizoenen voor Minardi, scoorde zowaar een WK-punt en kreeg later credits als testcoureur voor zowel Williams als Ferrari. Een andere coureur die ondanks zijn sponsormiljoenen lang niet slecht bleek te zijn was de Braziliaan Pedro Paulo Diniz, wiens vader eigenaar is van een supermarkt imperium. Diniz kocht zijn stoeltjes bij Forti, Ligier en Arrows (waar zijn sponsorgeld voornamelijk gebruikt werd om het salaris van regerend wereldkampioen Damon Hill te betalen). Na twee jaar Arrows streek Diniz neer bij Sauber waar hij zijn F1-loopbaan afsloot. De teller stond na zes jaar racen op 10 WK-punten in een tijd dat slechts de eerste zes coureurs in een race punten kregen. Lang niet slecht.
Feitelijk vallen ook de Nederlanders Christijan Albers en Robert Doornbos in deze categorie. Na jaren flirten met de koningsklasse van de autosport is het eind 2004 eindelijk zo ver: Christijan Albers wordt gepresenteerd als Minardi-coureur voor 2005. Niet geheel op basis van zijn capaciteiten want de Minardi zit vol met stickers van Nederlandse bedrijven. Halverwege het jaar komen daar nog meer stickers van Nederlandse origine bij als Robert Doornbos het stoeltje van de Oostenrijker Patrick Friesacher overneemt.
Meer recentelijk geldt deze kwalificatie ook voor Lance Stroll. De jonge Canadees is getalenteerd, maar had op eigen kracht de Formule 1 in 2017 (nog) niet gehaald. De sponsormiljoenen van vader Lawrence Stroll hebben zeker ook een rol gespeeld in de stelling van zoonlief bij Williams.
In welke categorie we Pastor Maldonado moeten scharen is een lastige vraag om te beantwoorden. De coureur uit Venezuela heeft een GP2-titel op zijn naam staan en heeft een Grand Prix gewonnen, maar heeft ook voor vele miljoenen schade gereden bij zijn teams Williams en Lotus.
Nog een stapje hoger op de ladder is de talentvolle coureur die ook nog sponsorgeld meebrengt. Een voorbeeld hiervan is Sergio Perez. De Mexicaan bereikt de Formule 1 pas nadat sponsor Carlos Slim van Telmex vele miljoenen over heeft gemaakt naar de bankrekening van Sauber. Eenmaal in de Formule 1 blijkt Perez een stevig potje te kunnen sturen. Hij boekte bij Sauber goede resultaten in 2011 en 2012, waaronder een podiumplaats in Canada en een plek op de eerste startrij in België, waardoor hij in 2013 door McLaren werd gekozen als opvolger van de naar Mercedes vertrokken Lewis Hamilton. Ondanks dat Perez elf keer in de punten finishte en niet per se slechter presteerde dan collega Jenson Button, moest Perez vertrekken en vond voor 2014 onderdak bij Force India. Daar ontwikkelde de Mexicaan zich tot een solide subtopper die jaarlijks goed is voor ten minste één podiumplaats. De afgelopen twee seizoenen eindigde Perez als zevende en eerste coureur die niet bij een topteam rijd in het wereldkampioenschap. Niemand spreekt meer over Perez als betalend rijder.
Om de centrale vraag of het per se slecht is om een pay driver te contracteren te beantwoorden: Nee, het hangt voornamelijk van het talent van de betreffende coureur af. Of Sergey Sirotkin hetzelfde voor elkaar kan boksen als Perez of dat we hem in een andere categorie in moeten delen, gaat de toekomst uitwijzen. (foto: screenshot YouTube)