Sunday Special | De roots van Red Bull

Formule 1
zondag, 23 juli 2017 om 10:42
standaardfoto f1maxjpg
Red Bull Racing is ontegenzeggelijk een van de meest succesvolle teams uit de moderne Formule 1-historie. Het team heeft in totaal acht wereldtitels gewonnen en boekte inmiddels 53 Grand Prix-overwinningen. Maar waar komt Red Bull Racing eigenlijk vandaan? Op zoek naar de roots van Red Bull.
De wortels van Red Bull Racing beginnen in 1996. In dat jaar sluiten Sir Jackie Stewart en zijn zoon Paul een vijfjarige overeenkomst met Ford om motoren te leveren voor hun nieuw op te zetten Formule 1-team. Paul Stewart runt op dat moment al een jaar op acht een succesvol raceteam dat onder andere uitkomt in de Formule 3 en de Formule 3000. De overeenkomst met Ford zorgt er voor dat Paul Stewart zijn team naar de Formule 1 wil brengen. Zijn vader wordt mede-teameigenaar en in 1997 debuteert Stewart-Ford in een maagdelijk witte livery met een slinger van schotse ruitjes voor het chassis bij de Grand Prix van Australië in de Formule 1. 
De auto's worden bestuurd door Rubens Barrichello, die over is gekomen van Jordan en de Deen Jan Magnussen die zijn kansen om door te breken bij McLaren zag verdampen toen David Coulthard overstapte van Williams naar het team uit Woking. De auto is bij tijd en wijle snel, maar hopeloos onbetrouwbaar. Het team finishte slechts 8 van de mogelijke 34 keer. Desalniettemin werden er punten gescoord. Zes om precies te zijn. Die werden allemaal in een keer binnengehaald toen Barrichello is een verregende Grand Prix van Monaco als tweede finishte achter racewinnaar Michael Schumacher.
In 1998 bleven Barrichello en Magnussen aan, maar verbeterde de resultaten niet. Slechts vijf punten werden gescoord. Barrichello werd twee keer vijfde en Magnussen behaalde met een zesde plaats in Canada één punt. Ironisch was het na deze race einde oefening voor de Deen, die vanaf de Grand Prix van Frankrijk vervangen werd door... Jos Verstappen. Verstappen Senior reed negen races voor Stewart en werd daarna bedankt voor bewezen diensten. Voor 1999 werd hij vervangen door Johnny Herbert, die eerder in 1994 ook al zijn stoeltje bij Benetton had overgenomen.
In 1999 was Stewart eindelijk competitief. Barrichello was Herbert het hele seizoen de baas en scoorde drie podiumplaatsen tegenover slechts een vijfde plaats, toen goed voor twee punten, van Herbert. De Brit viel ook veel vaker uit dan Barrichello en finishte vaker buiten de punten dan er in. Toch was het Johnny Herbert die tijdens de Grand Prix van Europa, onder wisselende weersomstandigheden en waarbij de ene na de andere raceleider van de baan spinde, de eerste (en enige overwinning) voor het Stewart-Ford team boekte. Het team werd vierde in het constructeurskampioenschap en dat leidde er toe dat Ford het hele team overnam van de familie Stewart en het voor het seizoen 2000 omdoopte in Jaguar Racing.
Jaguar Racing
Johnny Herbert bleef bij het 'nieuwe' team, maar Rubens Barrichello vertrok. Naar Ferrari. Daar nam hij de rol van secondant van Michael Schumacher over van Eddie Irvine, die na zijn bijna-wereldtitel in 1999 niet langer genoegen wilde nemen met een rol op het tweede plan en voor eigen kansen wilde rijden. Die kansen dacht hij te vinden bij Jaguar.
De nieuwe naam werd vergezeld van een prachtige nieuwe livery met een prominente plek voor de Jaguar op de groene motorkap van de wagen. Het team, nu een fabrieksteam, kreeg een tien voor uiterlijk en promotie, maar scoorde een dikke onvoldoende op het circuit. Slechts 4 punten werden er binnengesleept, allen door Irvine. Herbert hing eind 2000 zijn helm aan de wilgen en werd voor 2001 opgevolgd door Pedro de la Rosa. De Spanjaard scoorde in 2001 drie punten, waar Irvine er zes pakte, onder andere met een podiumplek in Monaco, maar bleef puntloos in 2002. Irvine scoorde dat jaar opnieuw beter en stond in Italië opnieuw op het podium, maar eind 2002 was het 'exit' voor beide coureurs. Drie jaar racen onder de naam Jaguar hadden slechts 21 punten opgeleverd.
In 2003 maakte het team een frisse start. De talentvolle Australiër Mark Webber werd overgenomen van Minardi en moest de kar van het nieuwe Jaguar gaan trekken. Hij werd de eerste elf races vergezeld door de Braziliaan Antonio Pizzonia, die daarna vervangen werd door de inmiddels verongelukte Brit Justin Wilson. Webber pakte als enige punten voor het team. Hij werd vier keer zevende en drie keer zesde, wat resulteerde in achttien punten. Bijna net zoveel als in de voorgaande drie jaar bij elkaar was gereden.
Webber bleef in 2004 en kreeg de jonge Oostenrijker Christian Klien als nieuwe teamgenoot. De Jaguar bleek dat jaar een stuk onbetrouwbaarder dan het jaar ervoor en uitvalbeurten waar meer voorkomend dan punten. Webber scoorde er zeven. Klien drie. Na vijf jaar racen in het middenveld had Ford er genoeg van. Het bedrijf had eerder geprobeerd om de resultaten te verbeteren door de teamleiding te vervangen. Onder andere de Amerikaanse racelegende Bobby Rahal had een poging gewaagd om de schwung er in te krijgen, maar ook hem lukte het niet. Eind 2004 communiceerde Ford dat het voor zichzelf 'niet langer kon verantwoorden om een merk van de Ford Motor Company in de Formule 1 uit te laten komen'.
Ford vroeg een bijzonder bedrag voor het Jaguar team. De renstal was te koop voor 1 dollar. De koper moest, om de toekomst van het team en het personeel te waarborgen, wel beloven om tenminste 400 miljoen dollar te investeren in de volgende drie Grand Prix seizoenen. Medio november 2004 maakte Ford bekend dat het team verkocht was aan Red Bull-eigenaar Dietrich Mateschitz, die het team in 2005 onder de naam Red Bull Racing zou laten rijden.
 
 
loading

Loading