Het team van Haas heeft in 2017 meer punten behaald dan in het debuutjaar 2016, reed meer races uit, haalde vaker de finish en haalde vaker Q3. Al met al redenen om tevreden te zijn voor de Haas-bazen. Het enige dat ontbrak was een positieve uitschieter.
Haas begon het jaar met een vernieuwde line-up. Romain Grosjean mocht blijven, maar voor Esteban Guttierez was het eerste jaar van Haas in de Formule 1 ook meteen zijn laatste. De Mexicaan werd vervangen door de Deen Kevin Magnussen die overkwam van het team van Renault waar hij op zijn beurt moest wijken voor Nico Hülkenberg.
Haas had zichzelf ten doel gesteld om meer punten te behalen dan in het debuutjaar en was met het ingaan van de zomerstop al dichtbij dat doel. Na de Grand Prix van Hongarije stonden er 29 punten op de teller, evenveel als in heel 2016. Grosjean was vijf keer in de punten gefinisht, Magnussen drie keer. De zesde plaats van Grosjean in Oostenrijk was de hoogste finish van Haas ooit. De vijfde plaats in het constructeurs-kampioenschap leek een reële mogelijkheid voor het team.
Na de zomerstop was echter ineens de fut eruit. Haas was een van de eerste teams die openlijk erkende de ontwikkeling aan de 2017-wagens te stoppen en in te zetten op een betere wagen in 2018. De consequenties van die beslissing kwamen op de baan tot uiting. De Haas-bolides presteerden zoals ze eruit zagen: grijs.
In Japan scoorde beide coureurs nog punten, maar de laatste races kwam het team maar met moeite uit Q1. Het seizoen duurde voor Haas simpelweg te lang om de topvorm vast te houden. Dat belooft niet veel goeds voor 2018 als met Sauber geduchte concurrentie uit de Ferrar-stal krijgt. Het is niet vanzelfsprekend dat Haas ook komend seizoen een stap voorwaarts zal maken.