Wanneer er een Formule 1-Grand Prix naar Zandvoort komt, dan zal Nederland daar economisch niets op vooruit gaan. Omdat ook de bereikbaarheid slecht is kan een Formule 1-Grand Prix daarom beter in Assen worden georganiseerd. Dat was een van de grote conclusies die sporteconoom Willem de Boer trok tijdens een open discussieavond in het Haarlemse debatcentrum De Pletterij afgelopen dinsdagavond. Om een Formule 1-Grand Prix naar Zandvoort te halen deed de gemeente in samenwerking met de circuiteigenaren een haalbaarheidsonderzoek. Tijdens de open debatavond haalde De Boer de resultaten van dat onderzoek op drie punten onderuit; het zou geen economisch effect hebben voor Nederland, het zou geen stimulans leveren voor mensen om weer te gaan sporten en ook het grootste euvel wat men vaak hoort in deze discussie, de bereikbaarheid van de stad en het circuit, werd aangehaald.
‘Economische effecten zijn bij sportevenementen niet van toepassing. Misschien een korte periode voor Zandvoort, maar voor de BV Nederland heeft de Formule 1 geen enkel effect’, wordt De Boer gequote door Dagblad van het Noorden. Ook in de conclusie van het rapport dat een Grand Prix op het circuit in de duinen een stimulans zou opleveren om weer te gaan sporten kon De Boer zich niet vinden: ‘Ook dat is een mythe.’
‘De race kan beter in Assen dan in Zandvoort gehouden worden’
Echter
de meest gehoorde drempel waar Circuitpark Zandvoort tegenaan loopt is de bereikbaarheid. ‘Er staat alleen maar dat het een probleem is, maar dat er een kans van moet worden gemaakt’, ergert De Boer zich. Toch laat de D66 weten daar
een plan voor te hebben; er kan alleen een kaartje worden gekocht wanneer je met het openbaar vervoer of met de fiets bent gekomen.
Zonder economisch voordeel en met de slechte betrouwbaarheid is de conclusie voor De Boer dan ook simpel: ‘De enige reden om toch iets te organiseren, is dat mensen er kortstondig geluk uit kunnen halen. Vanuit Nederlands perspectief kunnen we dan beter zeggen dat, gezien de omstandigheden, de race beter in Assen dan in Zandvoort gehouden kan worden.’