Het is bijna bizar om je te realiseren dat Fernando Alonso elf jaar geleden voor het laatst wereldkampioen is geworden. Toch wordt de Spanjaard elf jaar na dato nog altijd geroemd als een van de beste Formule 1-coureurs uit de geschiedenis van de sport. Zijn zevende plaats in de kwalificatie vandaag mag echt als een wereldprestatie gezien worden. Waarom is Fernando dan niet zeven- of achtvoudig wereldkampioen op dit moment? Is het pech of is het karma?
Toen Fernando Alonso in 2001 debuteerde in de Formule 1 was direct duidelijk dat het jonge ventje achter het stuur vele, vele malen beter was dan de Minardi waar hij in reed. Flavio Briatore was er als de kippen bij om de talentvolle Spaanse tiener voor vele jaren vast te leggen. In 2002 betekende dat een jaar langs de zijlijn.
In 2003 stond Alonso naast Trulli aan de start voor het fabrieksteam van Renault dat na een aantal jaren in het middenveld na de overname van Benetton terug naar de top aan het klimmen was. Alonso scoorde in zijn tweede Grand Prix voor Renault zijn eerste pole-position en podium. In Maleisië werd hij derde. In Hongarije won hij zijn eerste race en hij eindigde het WK als zesde. In 2004 werd hij vierde.
Machtsovername
In 2005 kwam er een eind aan vijf jaar Schumacher-dominantie. Na vijf jaar Ferrari hegemonie had de Scuderia de plank misgeslagen. Het werd een spannende strijd tussen Alonso en McLaren’s Kimi Raikkonen, die de Spanjaard uiteindelijk in zijn voordeel besliste. Alonso was destijds de jongste wereldkampioen ooit en prolongeerde een jaar later zijn wereldtitel na een gevecht met Michael Schumacher. Alonso boekte in twee seizoenen veertien overwinningen, pakte vijftien overige podiumplaatsen en won, zoals gezegd twee keer het wereldkampioenschap. De Formule 1 was klaar voor een jarenlange dominante vanuit Oviedo. En toen ging het mis.
Of beter gezegd: Toen ging Fernando weg. Alonso besloot in zijn wijsheid eind 2005 al om voor 2007 naar McLaren te verhuizen. De wereldkampioen dacht zijn serie wereldtitels bij het team uit Woking beter uit te kunnen breidden dan bij het team waar hij zijn eerste twee titels gewonnen had. Het werd een fiasco dat eindigde in een moderne versie van een Griekse tragedie die zowel Alonso als zijn nieuwbakken teamgenoot én McLaren-lieverdje Lewis Hamilton de wereldtitel kostte. Kimi Raikkonen, uitgerekend de man die moest vertrekken toen Alonso kwam, ging er als lachende derde met de titel vandoor in zijn eerste seizoen voor Ferrari.
Aantekeningen
Naast de constante strijd met Lewis Hamilton raakte Alonso in zijn McLaren jaar ook betrokken bij Spygate, waarbij McLaren via-via technische informatie over het Formule 1 project van Ferrari zou hebben ontvangen. McLaren werd schuldig bevonden en even dreigde voor Alonso hetzelfde, maar uiteindelijk werd hij vrijgesproken van betrokkenheid. Voor de zekerheid maken we hier toch een kleine aantekening voor karma.
Alonso wist eind 2007 niet hoe snel hij de deur bij McLaren achter zich dicht moest trekken. Briatore en andere medewerkers van Renault stonden met open armen te wachten om opnieuw een gooi naar de wereldtitel te doen met hun teruggekeerde Spaanse stercoureur. Gehuld in prachtige oranje-wit-geel-blauwe (zie foto), liep het seizoen anders dan verwacht. De titelstrijd ging tussen McLaren (Hamilton) en Ferrari (Massa) en voor Alonso was er slechts een bijrol weggelegd. Alonso, gefrustreerd door het middelmatige seizoen en wellicht balend van het feit dat hij een team had verlaten dat voor de wereldtitel aan het strijden was, bedacht samen met Briatore en technisch directeur Pat Symonds een list. Teamgenoot Nelson Piquet Junior werd gevraagd om zijn auto tijdens de Grand Prix van Singapore opzettelijk in de muur te parkeren om Alonso voordeel te verschaffen op weg naar de overwinning. Het plan werkte, maar toen Piquet een jaar later ontslagen werd, ontstond een van de grootste schandalen in de geschiedenis van de Formule 1, Crashgate. Hier maken we een dikke, vette aantekening voor karma.
Het ironische is dat iedereen vergeten is dat Alonso een week na de controversiële Grand Prix van Singapore op verbluffende wijze de Grand Prix van Japan op zijn naam schreef. In 2009 bleef de zegewagen weg bij Alonso, die inmiddels door had dat het bij Renault niet meer zou gaan lukken om wereldkampioen te worden, zeker niet nadat hoofdsponsor ING na crashgate afhaakte. In september 2009 werd bekend dat Alonso voor de tweede keer in zijn carrière Kimi Raikkonen op zou volgen. Dit keer bij Ferrari.
Ferrar(n)i(e)
Het leek een droomcombinatie: Alonso in een Ferrari op jacht naar de volgende wereldtitel. Het was voor beide partijen inmiddels al een aantal jaren geleden dat de titel gewonnen werd. Maar als er ooit een coureur op het verkeerde moment in de verkeerde auto gezeten heeft, dan geldt het wel voor Fernando Alonso in een Ferrari. De Spanjaard debuteerde bij de Scuderia toen de Formule 1 door nieuwe regels op zijn kop stond. Niet langer waren Williams, McLaren en Ferrari de dominerende factoren, maar was er na de machtsovername door Brawn Grand Prix nu het Red Bull Racing-era aangebroken. Vier jaar op rij moest Alonso zijn meerdere erkennen in Sebastian Vettel. Het meest pijnlijk was het eerste jaar, waar Alonso de laatste race van het seizoen in ging met acht punten voorsprong maar door een tactische fout van Ferrari de wereldtitel verloor aan Vettel.
In 2011 speelde Alonso geen rol in het titelgevecht, maar in 2012 had hij aan een overwinning op Interlagos tijdens de laatste Grand Prix van het seizoen genoeg om het kampioenschap te winnen, maar hij werd ongelukkig tweede achter Button. Schrijven we dit nog steeds allemaal toe aan toeval of speelt hier iets anders?
In 2013 werd Alonso wederom tweede in het kampioenschap, maar het verschil met Vettel, die tien races op een rij won was beschamend. In 2014 werd Alonso zesde achter de nieuwe dominante factor, Mercedes, en de Red Bull-coureurs. Alonso begreep dat het niet meer ging lukken bij Ferrari en begon om zich heen te kijken. Toen hij vernam dat Ferrari een akkoord wilde sluiten met Vettel, maakte hij een onverwachte keuze: Terug naar McLaren.
Van de regen in de drup, in de stortbui
Alonso viel voor het vooruitzicht om met de legendarische combinatie McLaren-Honda net als eind jaren ’80 met Senna en Prost de Formule 1 te domineren. Het kan een ego-dingetje zijn, maar Alonso zag het helemaal voor zich om in één adem genoemd te worden met die legendarische namen. Ja, het was duidelijk dat er een aanloopperiode nodig was, maar dat had Alonso er graag voor over.
Het is inmiddels mei 2017 en volgens de oorspronkelijke plannen had McLaren al een race moeten winnen, of ten minste een keer op het podium moeten staan, maar het project McLaren-Honda is tot nu toe in de verste verte niet te vergelijken met eind jaren ’80. Uitspraken als ‘GP2-engine’ en ‘the engine feels even worse now’, vatten de afgelopen twee en beetje seizoenen van Alonso goed samen. Aan Alonso ligt het niet en ik zou echt niet verbaasd zijn als hij later deze maand gewoon met een fles melk in zijn hand in Amerika op een podium staat Waar ligt het dan wel aan? Is het zijn ongelooflijke talent om telkens voor het verkeerde team te kiezen of heeft zijn betrokkenheid bij spygate en crashgate zijn Formule 1-karma dusdanig aangepast dat het Alonso simpelweg niet meer gegund wordt?
Terugkijkend of zijn vijf Ferrari jaren en de laatste Honda-seizoenen ben ik geneigd het laatste te geloven. Het is voor Fernando misschien wel verstandiger om na dit seizoen een andere uitdaging op te zoeken. Voor zijn eigen bestwil.