Formule 1-teams komen en Formule 1-teams gaan. Een van de teams die het slechts enkele jaren op de grid heeft volgehouden is Caterham. De Britse bouwer van open sportwagens heeft echter geen moment op een Formule 1-avontuur zitten wachten.
Caterham. Het is een naam is je als kijker van Top Gear wellicht weleens voorbij hebt horen komen. Het typisch Britse bedrijf maakt prachtige wagens. Karakteristiek zonder dak, met een eigen look en met een eigen identiteit. Hoewel het als autofabrikant wellicht in de Formule 1 had gepast, is het bedrijf Caterham nooit betrokken geweest bij het Formule 1-team. Sterker: de directie keek met afschuw naar de prestaties van de groene wagens tijdens de Grand Prix weekenden.
Hoe is Caterham dan in de Formule 1 terecht gekomen? Op 27 april 2011 maakte zakenman Tony Fernandes bekend dat hij het bedrijf Caterham Cars had gekocht. Fernandes, rijk geworden met vliegmaatschappij AirAisa, was op dat moment ook eigenaar van voetbalclub Queens Park Rangers en Formule 1-renstal Team Lotus, een van de nieuwe teams die in 2010 waren toegetreden tot de Formule 1. Team Lotus werd vanaf 2012 omgedoopt in het Caterham F1 Team en zodoende is Caterham in de Formule 1 terecht gekomen.
Was het een succes? Nee. Dat was het niet. In 2012 werd nog voor het seizoen begon veteraan Jarno Trulli ter zijde geschoven ten faveure van de Rus Vitaly Petrov, die ettelijke flinke geldschieters achter zich had staan. Petrov en zijn Finse teamgenoot Heikki Kovalainen hadden het onder de Caterham naam net zo moeilijk om ook maar in buurt van punten te komen. Er was in de laatste race van het seizoen, in Brazilië, een elfde plaats van Vitaly Petrov nodig om het al even zo ploeterende Marussia voor te blijven in het constructeurs-kampioenschap.
In 2013 zou alles anders worden. Mark Smith was gedurende 2012 al aangetrokken als nieuwe ontwerper, er was een nieuwe, meer lichtgroen georiënteerde livery, de talentvolle Fransman Charles Pic werd weggeplukt bij Marussia en hij werd vergezeld door de Nederlandse coureur Giedo van der Garde, die eindelijk, eindelijk, eindelijk zijn droom om Formule 1-coureur te worden had gerealiseerd. Met behulp van een flink aantal sponsoren. Dat dan weer wel.
Toen kwam de grote ontnuchtering. De auto was, zoals de inmiddels tot testcoureur gedegradeerde Heikki Kovalainen zei, 'in de basis dezelfde auto als waarmee we vorig jaar gereden hebben.' Ook Van der Garde en Pic konden geen potten breken in de Caterham. Van der Garde verdient wel de credits voor het behalen van de beste startplek ooit voor Caterham. Voor de Belgische Grand Prix mocht hij zich als veertiende op de startopstelling melden. Tot WK-punten leidde het niet. Van der Garde finishte als zestiende en voor het eerst moest Caterham aan het eind van het seizoen toestaan dat Marussia voor hun eindigde in het WK. Allebei scoorden geen enkel punt, maar Marussia had één twaalfde plaats behaald. Daar kon Caterham niet aan tippen.
De maat was voor teameigenaar Fernandes vol. Hij eiste voor het begin van het seizoen dat de prestaties zouden gaan verbeteren, anders zou hij de stekker uit het team trekken. Feitelijk is dat ook wat hij deed, maar niet voordat er een boel curieuze momenten in 2014 genoteerd konden worden.
Caterham, inmiddels weer zonder Van der Garde en Pic, maar met Kamui Kobayashi en Marcus Ericsson, heeft er in 2014 voor gezorgd dat de term 'lelijke neus' een nieuwe definitie kreeg (zie foto). Vanwege enkele aanpassingen in het technische reglement met betrekking tot de neussectie van de wagens, dachten ze daar bij Caterham een unieke oplossing voor bedacht te hebben. Het resultaat was curieus, lelijk en bovenal: het werkte niet. Pas bij de Grand Prix van België bond Caterham in en gaf het de auto een meer traditionele neus. Bij diezelfde Grand Prix van België gebeurde nog iets vreemds. Marussia had in Monaco als eerste van de nieuwe teams WK-punten gescoord en dat maakte dat de nood om eindelijk eens te gaan scoren voor Caterham ook hoog werd. Daarom werd er een 'Circuit-expert' ingehuurd voor de Belgische Grand Prix. De Duitser André Lotterer, drievoudig winnaar van de 24 uur van Le Mans, werd in de wagen van Kobayashi gezet in de hoop dat zijn kennis van het circuit van Spa-Francorchamps Caterham succes zou brengen. Het was immers pas twaalf jaar geleden dat Lotterer voor het laatst in een Formule 1 wagen gereden had. In 2002 was de Duitser testrijder van Jaguar. Lotterer kwalificeerde zich als 21ste en kon na één ronde alweer uitstappen met een mechanisch probleem.
Tony Fernandes had inmiddels genoeg gezien. De zakenman had het team voorafgaand aan de Belgische Grand Prix verkocht aan een 'consortium van Zwitserse zakenmannen en zakenmannen uit het Midden-Oosten'. Het leidde er toe dat Colin Kolles aangesteld als 'speciaal adviseur' en dat niemand minder dan Christijan Albers ineens benoemd werd tot teambaas. Een rol die hij vanwege trieste privéomstandigheden een maand later weer neerlegde.
Dit consortium had zich klaarblijkelijk in de financiële situatie van het team vergist want plotseling kwam er in Oktober het bericht dat het team in faillissement verkeerde. Er kon na de Russische Grand Prix niet meer geracet worden. Het management vertrok en de curatoren probeerden uit alle macht om een koper voor de failliete boedel te vinden. Was het niet voor de rest van 2014, dan toch zeker voor 2015. Met de hoop op meer interesse in het team als het daadwerkelijk nog actief was, werd een voor de Formule 1 unieke en curieuze manier gevonden om het team voor de laatste race van het seizoen aan de start te krijgen: Crowdfunding. Iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen met een bedrijf kon een sponsorruimte op de bolide kopen en ook privépersonen konden doneren. Het grappige is: het lukte. Na twee gemiste races was Caterham terug en er stonden nog nooit zoveel sponsoren op de wagen als die race. Marcus Ericsson was er niet meer bij. Die had inmiddels voor 2015 een contract getekend bij Sauber en wilde niets meer met de poppenkast Caterham te maken hebben. Zijn stoeltje werd voor die ene race overgenomen door de kleine Brit Will Stevens. Hij haalde in tegenstelling tot teamgenoot Kobayashi, die wel weer op was komen draven, de finish. Als zeventiende.
Begin december kreeg Caterham van de F1-commissie toestemming om, bij wijze van uitzondering, in 2014-wagens deel te nemen aan het seizoen 2015. Dit om een eventuele nieuwe eigenaar er van te overtuigen dat die niet direct miljoenen hoefde te investeren in de ontwikkeling van een nieuwe auto. Het leverde niets op. Het seizoen 2015 begon zonder Caterham, dat in maart officieel omviel. De directeuren van Caterham Cars zullen er geen traan om gelaten hebben.