Zelden zal er een Formule 1-seizoen zo op zijn kop zijn gezet door een nieuw team als het seizoen 2009. Nou ja, nieuw team... eerder een op sterven na dood team dat op het allerlaatste moment de wind in de zeilen kreeg. Voor even. Want lang heeft het allemaal niet geduurd voor Brawn Grand Prix. Slechts één jaar heeft de renstal bestaan, maar won het wel allebei de wereldtitels.
Na de sensationele en sprookjesboek-achtige overwinning van Jenson Button in Australië heerste bij een enkeling wellicht de gedachte dat het daarbij zou blijven en dat Brawn de rest van het seizoen her en der een puntje of een podium zou pakken, al met al geen slechte resultaten voor debuterend team, maar de meeste kenners waren er wel van doordrongen dat de eerste paar races Brawn een hele goede kans op meer overwinningen maakte. De auto was dusdanig goed dat het voor andere teams in de eerste periode van het seizoen met races in het midden- en verre oosten schier onmogelijk was om updates te introduceren die hun wagens ook maar in de buurt van Brawn brachten.
In Maleisië startte Button dan ook weer vanaf pole position, maar werd hij op de eerste rij al niet meer vergezeld door teamgenoot Barrichello, maar door Toyota-coureur Jarno Trulli. In de race, die na minder dan 75% van de afstand verreden te hebben werd afgevlakt, boekte Button zijn tweede zege op rij, maar moest daar hard voor werken. Williams-coureur Nico Rosberg maakte de beste start en nam de leiding. Button zakte naar de vierde plaats, maar haalde Fernando Alonso (Renault, P3) snel in. Tijdens de pitstops passeerde Button ook Rosberg en Trulli en finishte na slechts 31 ronden als eerste.
In China was het twee weken later Red Bull Racing dat de macht greep. Ook dat team had een grote sprong voorwaarts gemaakt met de nieuwe reglementen en de zege van Sebastian Vettel was de eerste van grote Red Bull-team. Teamgenoot Mark Webber maakte er direct een dubbelzege van en Jenson Button maximaliseerde zijn resultaat door als derde te finishen.
In Bahrein was het vervolgens weer Button die won nadat beide Toyota's de kwalificatie gedomineerd hadden, maar in de race niet van hun posities konden profiteren. Button herhaalde zijn overwinning in Spanje, Monaco en Turkije en won daarmee zes van de zeven eerste races van het seizoen en ging in recordtempo op de wereldtitel af.
Echter, naar mate het seizoen vorderde nam de vorm van de Engelsman af en ook kon het team van Brawn het ontwikkelingstempo van Red Bull Racing, McLaren en Ferrari (die laatste twee hadden de seizoenstart compleet gemist) niet bijbenen en moest steeds meer terrein toegeven. Vettel en Webber wonnen de volgende twee races voor Red Bull Racing, waarbij de Brawns genoegen moesten nemen met een derde en zesde plaats (Barrichello) en een zesde en vijfde plaats (Button).
In Hongarije werd de grid vervolgens helemaal door elkaar gehusseld. Fernando Alonso pakte pole voor Renault en Lewis Hamilton won de race voor McLaren. Jenson Button pakte met een zevende plaats twee punten.
In Valencia was het vervolgens, enigszins verrassend, weer Brawn dat aan het langste eind trok. Rubens Barrichello, die zijn laatste wedstrijd in 2004 gewonnen had, had zich als derde gekwalificeerd achter de McLarens van Hamilton en Heikki Kovalainen, maar toonde zich in de race het slimst van allemaal en trok zodoende de overwinning naar zich toe. Teamgenoot Button kende een flink minder florissant weekend. De Brit finishte voor de tweede race op rij als zevende en kon slechts twee punten aan zijn totaal toevoegen.
Tijdens de kwalificatie voor de Grand Prix van België zorgde Giancarlo Fisichella voor een schok door zijn Force India, een achterhoede team, op pole position te zetten en in de race leek de ervaren Italiaan te kunnen winnen. Hij hoefde uiteindelijk slechts Ferrari-coureur Kimi Raikkonen voor te laten gaan. Red Bull's Vettel eindigde als derde op het podium en kwam zo weer wat dichterbij aan Jenson Button, die de finish na een ongeluk in de eerste ronde met onder andere Romain Grosjean en Lewis Hamilton niet haalde.
Op het circuit van Monza toonde Brawn verbetering. Zowel Button als Barrichello kwalificeerde zich op de derde startrij, maar beide wagens stonden op een één-stop-strategie terwijl de wagens ervoor op een twee-stop-strategie stonden. Toch waren beide Brawns in het eerste deel van de race sneller dan raceleider Lewis Hamilton, die derhalve na zijn tweede pitstop kansloos was tegen de witte bolides. Toch probeerde Hamilton nog een plekje te winnen ten koste van Button, maar dat eindigde in een crash voor de regerend wereldkampioen. Barrichello won voor Button. De vierde en laatste 1-2 voor Brawn Grand Prix. De resultaat van de Brawn-boys gecombineerd met het matige presteren van Red Bull Racing (Webber DNF, Vettel 8ste), maakte het dat de titelstrijd de facto beslist zou worden door Button en Barrichello.
In Singapore waren de Brawns weer gedwongen om een stap terug te zetten. McLaren, Williams en Red Bull waren sneller. Barrichello kwalificeerde zich als vijfde terwijl Button er niet in slaagde om Q3 te halen. In de race herstelde de Brit zich echter knap en reed een strakke race die hem als vijfde over streep zag komen nog voor teamgenoot Barrichello, die zesde werd. Button breidde zijn voorsprong op de Braziliaan derhalve met één punt uit, maar moest dat punt een week later in Japan weer inleveren doordat hij achtste werd en Barrichello zevende. Sebastian Vettel won de race in Japan en bracht zichzelf daarmee terug in de strijd om het kampioenschap ook met het oog op het feit dat de Brawns echt op hun tandvlees liepen. De drie punten die het team behaalde in Japan was op een half puntje wel voldoende om de constructeurstitel binnen te halen. Dat zou het team in Brazilië onder normale omstandigheden wel gaan lukken, maar of Button lange adem genoeg had om de aanstormende Vettel achter zich te houden viel oprecht te betwijfelen, terwijl ook Rubens Barrichello nog kansrijk was.
Op het circuit van Interlagos pakte Barrichello voor eigen publiek de pole, terwijl Button er wederom niet in slaagde om Q3 te bereiken en genoegen moest nemen met startplek veertien, weliswaar voor Sebastian Vettel. In de race gebeurde er in de eerste voldoende. Kovailainen botste met Vettel en Raikkonen, Alonso werd geschept door Adrian Sutil en ook Jarno Trulli vond zijn Waterloo. Het leidde tot een safety car situatie met Jenson Button op P9. De Brit haalde direct na de safety car Romain Grosjean (Renault) in, gevolgd door een geslaagde inhaalpoging op Kazuki Nakajima (Williams). Daarna zat Button enkele ronden vast achter Toyota-coureur Kamui Kobayashi en klaagde over de boordradio dat de Japanner hem ophield. Uiteindelijk passeerde de kampioenschapsleider de Toyota en bouwde, om even te laten zien, dat hij sneller was, direct een voorsprong van drie seconden in één rondje op.
Barrichello had het vooraan lastig om de leiding te behouden. Zowel Mark Webber als Robert Kubica (BMW-Sauber) zaten op het vinkentouw. Na de pitstops was de Braziliaan de leiding kwijt en kreeg zijn jacht op de wereldtitel een definitieve K.O. door een aanvaring met Lewis Hamilton waardoor hij met een lekke bank de pits op moest zoeken. Jenson Button finishte als vijfde en werd tot wereldkampioen gekroond.
Na een overtuigend en dominant begin van het seizoen hadden de Brawn-coureur én het Brawn-team voldoende voorsprong overgehouden om beide wereldtitels in de wacht te slepen. Een prachtige en unieke prestatie die voor eeuwig in de geschiedenisboeken zal blijven staan omdat het Brawn-team nooit meer aan een F1-seizoen deel zou nemen. Het team werd eind 2009 officieel overgenomen door motorleverancier Mercedes en omgedoopt in het Mercedes-fabrieksteam.