Het verbaasd me dat het mensen verbaasd dat Kimi Raikkonen de Grand Prix van Monaco niet heeft gewonnen. Als er één team bekend is met het aanwijzen van een eerste en tweede coureur is het wel Scuderia Ferrari.
Hoewel het natuurlijk in de geschiedenis van de Formule 1 vaker is voorgenomen dat een coureur die er beter voorstond in het kampioenschap dan zijn teammaat tegen het eind van het seizoen als het er om ging spannen wat hulp van zijn collega kon verwachten. Dat is normaal. Ook als het er binnen één team om ging spannen werden er afspraken gemaakt om er voor te zorgen dat beide teamgenoten elkaar om wille van eigen eer en glorie van de baan rosten en zo het team benadeelden. In bijna alle gevallen ging dat goed. In 1989 ging het fout.
In 1996 veranderde het meest nostalgische team in de Formule 1 zijn strategie. Na jaren verstoken te zijn gebleven van titels en zelfs een minimaal aantal zeges (3 sinds 1991) besloot Ferrari om de portemonnee te trekken en tweevoudig wereldkampioen Michael Schumacher weg te kopen bij Benetton. De Duitser werd aangesteld als de absolute nummer één coureur van het team. De van Jordan overgekomen Ier Eddie Irvine wist al voor de eerste Grand Prix dat hij geen wereldkampioen zou gaan worden. Er valt natuurlijk wat te zeggen voor een dergelijke manier van stalregie. Het schept duidelijkheid en het voorkomt dat de ene coureur punten afsnoept van de andere coureur. Het voorkomt dat teamgenoten elkaar van de baan rijden zoals in het filmpje hier boven of in Turkije 2010 toen Red Bull teamgenoten Mark Webber en Sebastian Vettel elkaar van de baan rosten in de strijd om de leiding van de wedstrijd. Een kostbaar incident voor met name Mark Webber, die daar in het Turkse gravel misschien wel zijn wereldkampioenschap verloren heeft.
Toch houd ik er van. Teams die ondanks dat ze met twee coureurs ergens voor strijden hun coureurs laten racen en zo en dan fouten laten maken. Het levert een extra dimensie aan spanning op en zorgt voor nagelbijtende WK-finales zoals vorig jaar in Abu Dhabi toen Lewis Hamilton zo langzaam reed in de hoop om zelf wereldkampioen te worden dat hij zijn teambazen bijna een hartaanval bezorgde. Het is bovenal sportief om geen restricties op te leggen aan de uitkomst van een race.
Dat is grootste probleem dat ik heb tegen het tijdperk Schumacher. Ik was meer een
Villeneuve fan, maar heb altijd wel sympathie gehad voor 'Der Michael'. Hij leek me naast de baan een aardige vent (zo weet ik bijvoorbeeld, vraag me niet waarom, dat hij een hond die tijdens een vrije training het Circuit van Interlagos overstak, later gezocht en geadopteerd heeft). Dat soort dingen mag ik wel. Op de baan kon het een klootzak eerste klas zijn en dat mocht ik ook wel. Ik was pro-Schumacher in 1998 en 2000 in het WK-gevecht met Mika Hakkinen en stiekem hoopte ik na zijn beenbreuk in 1999 dat Eddie Irvine, de tweede viool, het zou flikken om Ferrari de zo gedroomde wereldtitel te bezorgen. Dat lukte deels. Door de prestaties van Schumacher, Irvine en invaller Salo werd eindelijk weer eens de constructeurstitel gewonnen. Irvine ging daarna als kopman naar het nieuwe Jaguar team, waarschijnlijk zichzelf iets overschattend.
Eddie Irvine, de eerste officiële tweede viool van de Formule 1, had eigenlijk niets om over te klagen. Met alle respect, maar hij was eigenlijk te slecht om een serieuze bedreiging voor Schumacher te zijn. Net als Johnny Herbert in 1994 (het eind van het seizoen) en 1995 de ideale secondant voor Schumacher en nooit een gevaar. Irvine bedong in 1998 bij zijn contractverlenging dat hij voortaan zijn eigen race-strategie mocht bepalen. Hij won pas in zijn vierde Ferrari-jaar zijn eerste Grand Prix en enkel door de crash van Schumacher op Silverstone mocht hij er nog drie meer winnen. Voor de wereldtitel was het net niet genoeg. Ironisch genoeg heeft Schumacher in de laatste races van dat jaar meer overwinningen laten schieten voor Irvine dan andersom in de voorgaande drie seizoenen.
De meest tragische tweede viool van de Formule 1 is Rubens Barrichello. De sympathieke kleine Braziliaan volgde in 2000 Irvine op en weigerde op voorhand genoegen te nemen met de rol van tweede rijder. Hij prefereerde zelf de term 'coureur 1b'. Barrichello had in 1999 lijdzaam toe moeten kijken hoe teamgenoot Johnny Herbert verrassend de eerste en enige Grand Prix-overwinning voor Stewart-Ford boekte op het moment dat Barrichello dat eigenlijk had moeten doen. In 2000 won Barrichello dan eindelijk zijn eerste Grand Prix. In Duitsland was hij de sterkste. De rest van het jaar moest hij in dienst rijden van Michael Schumacher om de Duitser aan zijn eerste wereldtitel in Italiaanse dienst te helpen. Dat lukte.
In 2001 streed Schumacher opnieuw met een McLaren-coureur, ditmaal David Coulthard om de wereldtitel. Niet voor het eerst moest Barrichello een positie aan Schumacher afstaan, maar de manier waarop dat in Oostenrijk gebeurde zorgde voor beroering in de paddock. Na de laatste bocht ging Barrichello van het gas en gaf de tweede plaats aan Schumacher. Schumacher won het WK glansrijk. Het moet aan de Braziliaan gevreten hebben. Een jaar later volgde op hetzelfde circuit zijn grootste vernedering. Barrichello kwam als leider door de laatste bocht, maar moest van Jean Todt wederom 'in het belang van het kampioenschap' van zijn gas. Schumacher zat in zijn eerste jaar van totale dominantie dus een echt gevaar voor het kampioenschap was er niet, maar toch moest 'Rubinho' plaats maken.
De jaren die volgenden moest Barrichello nooit een concurrent voor Schumacher worden, al won hij wel zo en dan een Grand Prix, meestal als Schumacher niet in een kansrijke positie was, al uitgevallen was of al lang en breed kampioen was. We zullen nooit weten of Barrichello ooit serieus kampioen had kunnen worden als hij tegen Schumacher zou mogen strijden. Het ironische is dat Barrichello zijn beste kans op het kampioenschap kreeg in 2009 toen hij samen met Jenson Button plotseling in een Brawn, een herrijzenis uit het opgeheven Honda-team, over de beste auto van het veld bleek te beschikken. Helaas voor de Braziliaan won Button zes van de eerste zeven Grand Prix' waardoor hij wederom veroordeeld was tot het spelen van de, jawel, tweede viool.
Sindsdien is Ferrari niet meer in de positie geweest om een tweede viool aan te stellen. Kimi Raikkonen werd in 2007 wereldkampioen, Felipe Massa dacht in 2008 dat hij wereldkampioen was geworden en Fernando Alonso was er ook een paar keer dichtbij. In 2015 kwam er wederom een Duitser, wederom een meervoudig wereldkampioen naar Ferrari. En net als Schumacher had ook Sebastian Vettel een aanloopje nodig om serieus een gooi naar de wereldtitel te kunnen doen. Nu, in 2017 lijkt het zo ver. Het veroordeeld, naar goed Italiaans gebruik teamgenoot Kimi Raikkonen tot het spelen van de tweede viool. Toch zie ik het niet gebeuren dat de ervaren Fin zijn voet van het gas haalt als hij over de boordradio hoort: 'Kimi, let Sebastian pass. It's for the Championship.'
Het zou me enorm teleurstellen als hij het wel zou doen.